21:14:14

Newsflash

Newsflashes
steenokkerzeel_kappel zaventem_landing zaventem_luchthaven1 steenokkerzeel-kasteel-van-ham_1 zaventemaerial_photo controletoren belgocontrol zaventem
Brussels minister Smet fluit PS en Ecolo terug: er moet een oplossing zijn voor Zaventem voor 15.10 PDF Afdrukken E-mailadres
Politieke reacties
Geschreven door WebMaster   
woensdag 21 september 2005 21:15
(De Morgen)

De SP.A eist dat zijn Franstalige coalitiepartners in de Brusselse regering mee naar een oplossing zoeken in het debat over de lawaaihinder en de economische ontwikkeling van de luchthaven van Zaventem. Als zij dwarsliggen, heeft de regering een “groot probleem", zegt Brussels SP.A-minister Pascal Smet in een interview met deze krant.
Tegen 15 oktober moet er een oplossing zijn voor Zaventem, zo niet hangen de federale overheid dwangsommen boven het hoofd voor elk vliegtuig dat boven Brussel passeert.
Probleem is dat Brussel strengere geluidsnormen hanteert dan Vlaanderen.
Vorige week stelde federaal minister van Mobiliteit Renaat Landuyt (SP.A) zijn Vlaamse en Brusselse gesprekspartners een vertrouwelijke nota voor die als basis moet dienen voor verdere discussies. Dezelfde avond uitten de Brusselse ministerpresident Picqué (PS) en minister van Leefmilieu Huytebroek (Ecolo) openlijke kritiek op de nota.
Pascal Smet, sinds kort één van de kopstukken van zijn partij, fluit hen nu terug: “Ik heb hen gezegd dat ik mijn bedenkingen heb bij hun aanpak."
Smet blijft optimistisch dat er een genuanceerde oplossing uit de bus komt, maar waarschuwt zijn coalitiepartners: “Mijn Brusselse collega’s weten dat er een groot probleem is als ze een standpunt innemen dat onaanvaardbaar is voor de SP.A.”
De deadline blijft 15 oktober, en om die te halen moet Brussel zijn verantwoordelijkheid nemen, vindt Smet.
“We moeten samenwerken met Vlaanderen.

Of je nu in Vlaanderen of in Brussel woont, het probleem blijft hetzelfde." Smet wijst er trouwens op dat het Brusselse regeerakkoord toelaat dat er extra vliegtuigen over Brussel vliegen. “Er staat alleen in dat we principes gaan verdedigen. Onder meer dat we niet nog meer hinder willen. Maar dat is een principe. Als je onderhandelt, krijg je niet alles wat je wilt." (GoV )

 

Het Interview met PASCAL SMET

Brussels minister van Mobiliteit en Openbare Werken (SP.A)

Of je nu in Vlaanderen of in Brussel woont, het probleem Zaventem blijft hetzelfde.’ De Brusselse minister van Mobiliteit en Openbare werken Pascal Smet spreekt klare taal aan het adres van zijn – vooral Franstalige – coalitiepartners: het gewest heeft er alle belang bij om constructief mee naar een oplossing te zoeken. En ook al begrijpt hij dat sommigen in de moeilijke discussie over de luchthaven van Zaventem in de eerste plaats hun eigen achterban willen geruststellen, toch moeten ze één ding weten: ‘Als de Brusselse regering een standpunt inneemt dat onaanvaardbaar is voor de SP.A, dan heeft ze een groot probleem.’
"Ging ik niet te snel", vraagt Smet aan het einde van het gesprek aan zijn woordvoerder. In nauwelijks een uurtje tijd beantwoordde hij vragen waarvoor elke andere sterveling anderhalf à twee uur nodig zou hebben. Het typeert het enthousiasme waarmee Smet over zijn job praat, de gretigheid waarmee hij zijn boodschap wil overbrengen.

Is het die gedrevenheid die aan de basis ligt van zijn steile carrière? In 2000 wordt Smet, tot dan vooral actief in de lokale politiek, commissaris-generaal voor de vluchtelingen. Drie jaar later roept Steve Stevaert hem op om het boegbeeld te worden van de Brusselse SP.A, eerst als staatssecretaris voor Mobiliteit, sinds de verkiezingen van vorig jaar als minister van Openbare Werken en Mobiliteit. En sinds vorige week behoort hij tot het selecte groepje uitverkorenen dat met Johan Vande Lanotte de SP.A mag leiden.

Q. Waaraan heeft u dat verdiend?
(lacht)"Dat moet je aan Johan vragen. Het is vooral een erkenning voor de mensen die de Brusselse SP.A de voorbije twee jaar hebben vernieuwd en verjongd. We hebben de SP.A omgebouwd tot een echte stadspartij. Door mij erbij te nemen geeft de partijtop het signaal dat Brussel belangrijk is. Voor mezelf zie ik het als een unieke kans om bij te leren."

Q. Vande Lanotte zegt dat hij geen spits wil zijn. Er zijn er genoeg in de partij, vindt hij. Daarmee verwijst hij ook naar u. Verhoogt dat de druk om te scoren?
“Ik vraag me ’s ochtends niet af hoe ik vandaag weer eens ga scoren. Waar het om draait, is visie. Hoe kunnen we iets doen voor de mensen die hier wonen?  Voor de talrijke Vlamingen die hier komen werken? Die visie is er, de komende vier jaar moeten we ze uitvoeren. Daar ben ik mee bezig."

Q. Wat onthoudt u uit de intentieverklaring van uw nieuwe voorzitter?
“Dat we een open, positieve partij blijven.  Er komt geen grote big bang. De verontwaardiging over een aantal toestanden in de samenleving blijft onze drijfveer. En daarnaast: het voornemen om de toekomst vorm te geven in de plaats van haar lijdzaam te ondergaan.  Je doet aan politiek om dingen te veranderen. Te veel politici zijn al blij als ze minister of parlementslid worden, maar eigenlijk begint het werk dan pas."

Q. Vande Lanotte vindt dat de SP.A een progressieve partij moet worden, met de nadruk op worden.
Wat bedoelt hij daarmee?
“Ook binnen onze partij reageren mensen soms nog vanuit een conservatieve reflex. Kijk naar het voorstel van Vande Lanotte om de werkgelegenheid te regionaliseren. Sommigen vinden dat die Belgisch moet blijven omdat het altijd zo geweest is, terwijl je eigenlijk moet kijken naar wat de concrete gevolgen zijn. Niet dat alles per se moet veranderen. Maar als progressieve socialisten moeten we alles wel voortdurend in vraag durven te stellen."

Q. U staat bekend als een man die geregeld sterke uitspraken doet "Een tafelspringer", zeggen sommigen. Zal dat veranderen nu u tot het kransje top-SP.A’ers behoort?
“Voor mij verandert er niets. Het is een kans om ervaring op te doen, maar te gelijk blijf ik gewoon mijn werk doen. Ik zie niet in waarom ik me anders zou moeten gedragen. Ik blijf de Pascal Smet van vroeger.
Ik heb trouwens niet de indruk dat ik ooit al iets verkeerds gezegd heb. De partij heeft er belang bij dat we met één stem spreken. Mensen pikken het niet dat een politieke partij die richting wil geven aan de maatschappij als een kibbelende bende over de straat rolt. Daar wint niemand bij. Daarom is het belangrijk dat je een sterke voorzitter hebt die alles coördineert. Je hoeft daarom niet elke dag met de roede klaar te staan."

Q. De partij is één zaak, de regering een andere. Regeringspartijen gebruiken die dooddoener om de compromissen in het beleid te verkopen aan de orthodoxe achterban. Vande Lanotte wil korte metten maken met die houding. U zult in de pas moeten lopen.

“Ik heb die boutade nooit goed begrepen. Natuurlijk moet je compromissen sluiten, natuurlijk kun je niet je hele programma verwezenlijken. Maar het is toch normaal dat ministers goed samenwerken met hun partij? We zitten in drie regeringen. Ik vind het niet meer dan logisch dat Johan dat goed wil coördineren.
Het zou maar raar zijn als ik hier in Brussel totaal andere dingen zou doen dan Kathleen Van Brempt in Vlaanderen of Renaat Landuyt op federaal niveau."

Q. Vorige week zette uw regering Landuyt wel in de wind door openlijk een nota over Zaventem te bekritiseren die hij liever vertrouwelijk had gehouden. Aan welke kant staat u?
“Enige nuancering graag: niet de Brusselse regering was aan het woord, maar minister-president Charles Picqué en minister van Leefmilieu Evelyne Huytebroek. Ik heb hen gezegd dat ik het een heel vreemde demarche vond. “

Q. Picqué en Huytebroek spreken niet namens de regering?
“Nee. Zij onderhandelen namens Brussel, maar moeten terugkoppelen wanneer dat nodig is. Ik heb hen in alle vriendschap gezegd dat ik mijn bedenkingen heb bij hun aanpak. Dit dossier ga je niet oplossen door op de Grote Markt verklaringen af te leggen. Dat kan alleen door rond de tafel te gaan zitten en oplossingen te zoeken. Dit is een moeilijk dossier, waarbij een evenwicht moet worden gevonden tussen nachtrust en economische ontwikkeling."

Q. Kunt u binnen de Brusselse regering voldoende wegen op het debat?
“Mijn collega’s in de Brusselse regering weten dat er een groot probleem is als ze een standpunt innemen dat onaanvaardbaar is voor de SP.A."

Q. Picqué en Huytebroek helpen het debat niet vooruit door het in de kranten te voeren.
“Ik zou dat niet te zwaar opblazen. Wat ik onthoud uit hun verklaring is dat zowel Evelyne als Charles willen blijven praten. Wat men onderweg zegt, is niet zo belangrijk. Het eindresultaat telt. Maar tegen 15 oktober moet er een oplossing zijn."

Q. Ook vorig jaar, in de discussie over DHL, lag Brussel dwars. Stevaert heeft er toen even mee gedreigd het gewest op droog zaad te zetten. Is dat de aangewezen manier?
“Misschien was het wel nodig om duidelijk te maken waar het op stond. Onze belangen zijn verweven. Zowel economisch als op het vlak van geluidsnormen. Of iemand nu in Vlaanderen of in Brussel woont, het probleem blijft hetzelfde. Ik denk dat Steve dat heel goed begrepen had. Brussel en Vlaanderen moeten samenwerken.”

Q. U doet nu eigenlijk hetzelfde door heel duidelijk te zeggen dat de Brusselse regering een probleem heeft als ze zich te strak opstelt.
“Als je een hoofdstad wilt zijn, moet je je verantwoordelijkheid nemen. We moeten onze toekomst in handen nemen en samenwerken met Vlaanderen en Wallonië.”

Q. De nieuwe voorzitter neemt zich voor om de jonge generatie in de SP.A beter te coachen. U bent binnen de partijtop gekoppeld aan Patrick Janssens. Wat kunt u van hem leren?
“Heel veel. Vooral op het vlak van strategisch inzicht is Patrick erg goed. Zie hoe hij Antwerpen op de kaart heeft gezet. Brussel moet daar een voorbeeld aan nemen. Het is misschien voor een bepaald nichepubliek, maar The New York Timesroept haar lezers toch maar op om naar Antwerpen te reizen omdat het zo’n hippe stad is. Dat zijn wel de bedrijfsleiders en de investeerders van morgen. De uitdagingen van Antwerpen zijn ook die van Brussel."

Q. Wat zijn de grote uitdagingen voor u?
“Een groot deel van de stadsbevolking, vaak van vreemde afkomst, heeft niet dezelfde kansen als anderen. Brussel is een heel duale stad en een etnisch verdeelde stad. De diversiteit aan culturen is de grote troef voor de toekomst, maar op dit moment is er nauwelijks interferentie. Iedereen woont in zijn eigen wijkje. Er is duidelijk iets mis. Ondertussen neemt de armoede elk jaar met 5 procent toe. Het probleem is hier ontzettend schrijnend. Veel jongeren in Brussel verlaten de school zonder secundair diploma. Ze wonen in slechte huizen, hun ouders zijn laaggeschoold en werkloos. Die mensen wordt een toekomst ontzegd. Dat revolteert mij. Dat is voor mij het echte probleem."

Q. U hebt campagne gevoerd met het beeld van een openluchtzwembad. Is dat dan wat Brussel nodig heeft?

“ (ferm)Ja, dat is nu eens een prioriteit. Je hebt professoren en politici die graag praten over stedelijkheid. Wel, alles wat daarover geschreven kan worden zit in dat zwembad. Je hebt weinig groen in de noordwijk van Brussel. Kinderen hebben weinig ontspanningsmogelijkheden, zitten opeengepakt in kleine appartementen. Wel, dat zwembad is de plek waar ze kunnen samenkomen. Ik wil het graag in het centrum, zodat ook de ambtenaren onder de middag een duik kunnen nemen. Mensen leren er elkaar kennen. Nadat ze samen gezwommen hebben, kunnen ze samen barbecuën. Je doet meteen ook aan stadsverfraaiing. Hoe kan iemand daar tegen zijn? Elke stad heeft een openluchtzwembad.  Waarom Brussel niet? Maar goed, het zwembad komt er."

Q. Loopt Brussel achter op andere steden?
“Ja. Men heeft de stad veel te lang beschouwd als een plek waar mensen komen werken maar niet wonen. Het kan anders. Kijk naar Antwerpen, Gent, Sint- Niklaas, Leuven, Hasselt of Oostende. Daar hoef je je geen weg meer te banen tussen de auto’s, je hebt verkeersvrije pleinen met alleen fietsers en voetgangers. Veel meer relaxed. Zo kan de stad weer een ontmoetingsplaats worden. Om een ander voorbeeld te geven: het Poelaertplein, aan het justitiepaleis. Een vlakte met kasseien. Spijtig, want je hebt er één van de mooiste uitzichten over Brussel. Waarom leg je daar geen grasweide aan, waar mensen in de zomer gaan picknicken en met een glas wijn naar de zonsondergang kunnen kijken?"

Q. Het is maar de vraag of dat de problemen van de grootstad zal oplossen.
“Uiteraard is dat niet dé oplossing. Maar al die kleine dingetjes zorgen ervoor dat mensen opnieuw met elkaar gaan praten. Zich beter gaan voelen. Misschien komt een aantal pendelaars opnieuw in deze stad wonen. En dan stijgen de fiscale inkomsten weer. Met kleine ingrepen binnen mijn bevoegdheden probeer ik de stad aangenamer te maken. Door de verkeersdruk te verminderen. Door mooie pleinen aan te leggen. Het Flageyplein en het Rogierplein worden zo opnieuw aangelegd. De stad is de living van iedereen. De vele mensen die het niet zo breed hebben, mogen buiten toch in een mooie, aangename ruimte terechtkomen? Daarom zeg ik: we moeten aan stedelijke acupunctuur doen. Geen grote revolutie, maar met kleine ingrepen grote dingen verwezenlijken."

Q. Maar zelfs die kleine ingrepen stuiten vaak op de ingewikkelde institutionele structuren in Brussel.
“Klopt. Ik pleit bijvoorbeeld wel voor een autovrije binnenstad, maar heb niet alle hefbomen in handen. Ik kan als minister de bushalte aan de Beurs weghalen om er een aangenaam plein aan te leggen, maar al de rest moet de gemeente beslissen. Je botst voortdurend op die grens. En wie is daar het eerste slachtoffer van? De gewone Brusselaar."

Q. Efficiënt besturen is moeilijk, met andere woorden.
“Het betekent heel veel tijdverlies. Het kost ook ontzettend veel geld. Het gebrek aan synergie tussen de zes politiezones, de 19 gemeenten en OCMW’s kost ons minstens 50 miljoen euro per jaar. Dat zou je voor veel nuttiger dingen kunnen gebruiken. Er zijn in Brussel 958 verkozen functies en mandatarissen. Je moet geen grote schriftgeleerde zijn om te beseffen dat zoiets niet kan werken."

U pleit voor een soort ministaatshervorming in Brussel?
“We hebben één kans. Er komt onvermijdelijk een debat over de herfinanciering van het Brussels Gewest. Brussel kan maar geloofwaardig om middelen vragen als het eerst intern orde op zaken stelt. Dat betekent de zes politiezones omvormen tot één zone. De gemeenten rationeler organiseren en het gewest meer bevoegdheden laten uitoefenen. Dat betekent OCMW’S doen samenwerken. Ik ben helemaal niet de man die graag bezig is met structuren, maar op een bepaald moment kom je tot de vaststelling dat de structuren oplossingen verhinderen en eigenlijk een deel van het probleem zijn geworden."

Verandert de mentaliteit? Enkele maanden geleden kwam u zwaar onder vuur te liggen met een gelijkaardig pleidooi.
“Zelfs Le Soir schrijft dat de 19 gemeenten beter gefusioneerd worden. Revolutionair.  Franstalige politici uit alle partijen vertellen hetzelfde, off the record weliswaar. Het beweegt dus. Daarnaast groeit het besef dat we meer moeten samenwerken met de andere gewesten."

Q. Over samenwerking gesproken. Was u verbaasd toen Waals minister Daerden vorige week uitpakte met zijn hoogstpersoonlijke plannen voor een Waals wegenvignet?
“Ik heb me afgevraagd welke mug Daerden die nacht gestoken heeft. Er was al informeel overleg aan de gang tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Iedereen was het erover eens dat we de prijs van het wegenvignet zouden compenseren door de belasting op inverkeerstelling te verlagen. Maar goed, de Waalse regering heeft de puntjes op de i gezet. We zullen er de komende maanden verder over praten.

Q. Hoe zit het met uw persoonlijke ambities, nu u tot de partijtop bent doorgestoten? Lijkt een federale ministerpost u iets?
“Ik heb niets gevraagd en men vraagt mij ook niets. Ik ben heel blij met de dingen die ik nu doe. We hebben de voorbije twee jaar heel wat dingen in beweging gezet in Brussel."

Q. Het kan toch niet uw hoogste ambitie zijn om in een veredeld schepencollege als de Brusselse regering te blijven zitten?
“Mijn hoogste ambitie is om alle plannen die we op tafel hebben gelegd te realiseren. In de Brusselse context zou dat al een hele prestatie zijn. Ik ben nooit bezig geweest met de vraag wat ik volgende maand zou doen. Mijn grootmoeder heeft me altijd geleerd dat je alles wat je doet goed moet doen. Het is één van de weinige dingen die ik van de jezuïeten heb opgestoken: Une bonne action n’est jamais perdue.’"